De Lissenaren leefden lange tijd van jacht en visserij, naast veeteelt en de verbouw van granen en aardappelen. Er was altijd jacht op de talrijke konijnen uit het Keukenduin en er werd veel vis gevangen in het Haarlemmermeer. De vissersboten meerden, evenals handelsschepen af aan de immer bedrijvige gracht (huidige Grachtweg). De plaatselijke vis werd beroemd. Met name zomers togen liefhebbers van de ‘Lisser baars’ met duizenden tegelijk naar Lisse om de befaamde delicatesse te eten. Tot 1854, toen het Haarlemmermeer werd drooggelegd en daarmee ook de baars uit Lisse verdween.






