Christelijk Gereformeerde Kerk

De Christelijke Gereformeerde Kerken zijn ontstaan in 1892 als een voortzetting van de Christelijke Gereformeerde Kerk die in 1869 ontstond uit de samenvoeging van de Christelijke afgescheiden gemeenten en de Gereformeerde Kerken onder het Kruis.

De Christelijke Gereformeerde Kerken zijn ontstaan in 1892 als een voortzetting van de Christelijke Gereformeerde Kerk die in 1869 ontstond uit de samenvoeging van de Christelijke afgescheiden gemeenten en de Gereformeerde Kerken onder het Kruis. Vrijwel de gehele Christelijke Gereformeerde Kerk van 1869 fuseerde in 1892 met de Nederduits Gereformeerde Kerk (Dolerende) tot de Gereformeerde Kerken in Nederland, op drie gemeenten en een aantal leden na.
De predikanten F.P.L.C. van Lingen (1832-1913) en J. Wisse (1843-1921) waren de voornaamste woordvoerders in de kring van bezwaarden tegen deze vereniging. Zij achtten de beginselen, namelijk van de afscheiding van 1834 en de doleantie van 1886, fundamenteel met elkaar in strijd. Ook vonden zij dat de plaatselijke gemeenten onvoldoende betrokken waren in het verenigingsproces, wat zij in strijd vonden met het presbyteriale kerkrecht. Niet het minste gold hun bezwaar tegen de leer omtrent de wedergeboorte en de doop welke volgens hen door bepaalde predikanten uit de kring van de dolererende kerken wordt verdedigd. Gedoeld wordt op de leer van de veronderstelde wedergeboorte, voornamelijk in verband gebracht met dr. Abraham Kuyper. Op de eerste synode, in 1893, waren er acht gemeenten vertegenwoordigd. In 1894 kon er echter reeds een theologische school worden geopend, die in eerste instantie in Den Haag gevestigd was en vanaf 1919 in Apeldoorn.

Veldhorststraat Model.NdtrcItem.HouseNumber
2161 ER, Lisse