Het verhaal van de Zwarte Tulp in het prentenkabinet

Net als kleding en interieur zijn ook bloemen onderhevig aan mode. In de 19e eeuw hielden mensen veel van donkere kleuren in hun interieur, voor hun kleding en ook in hun tuinen. En dus probeerden kwekers bloemen met zwarte tekening te telen of met zo zwart mogelijke bloemen. Ook bloembollenveredelaars probeerden de meest donkere bolgewassen te kweken waaronder ranonkels, kievitsbloemen, hyacinten en ... tulpen.

Geïnspireerd door de voorliefde voor zwarte bloemen van zijn tijdgenoten schreef de Franse schrijver Alexandre Dumas in 1850 zijn roman La Tulipe Noire. Hij maakte er een historische roman van en situeerde het verhaal van de zoektocht naar een zwarte tulp in Nederland in de zeventiende eeuw, met veel ruzies en een gelukkig eind. De roman werd een groot succes,werd in allerlei talen vertaald, verfilmd, tot stripverhaal verwerkt en vele malen herdrukt.

Het verhaal van La Tulipe Noire werd alom voor waar aangenomen. Maar: zwarte tulpen
bestonden er niet in de zeventiende eeuw, laat staan dat men in staat was zwarte tulpen te kweken.

Pas in 1891 bracht de Haarlemse kweker E.H. Krelage de eerste ‘zwarte’ tulp op de markt: La Tulipe Noire, genoemd naar de roman van Alexandre Dumas. De tulp was eigenlijk niet zwart maar dieppaars.

Sinds La Tulipe Noire zijn kwekers nog steeds op zoek naar een zwarte tulp. Er zijn er een paarop de markt; Black Parrot en Queen of Night zijn het meest populair.

De tentoonstelling in het Prentenkabinet laat negentiende-eeuwse prenten uit de Collectie Nieuwenhuis zien van bijna zwarte bloemen en afbeeldingen van bijna zwarte tulpen uit de collectie van het museum.

Praktische informatie

Vanaf Zaterdag 3 oktober 2020 tot en met Zondag 31 januari 2021

Dag Van Tot
Zondag 10:00 17:00
Dinsdag 10:00 17:00
Woensdag 10:00 17:00
Donderdag 10:00 17:00
Vrijdag 10:00 17:00
Zaterdag 10:00 17:00